Filters, General, Nieuws, Products

03-07-2017

Kennissessie zet spotlight op ‘sluipmoordenaar’ fijnstof

Kennissessie zet spotlight op ‘sluipmoordenaar’ fijnstof
Fijnstof is gevaarlijk en kan je leven verkorten. Dat was het thema van een bijeenkomst die Afpro Filters op 23 juni in Maarssen organiseerde. Het Alkmaarse bedrijf, dat gespecialiseerd is in systemen voor schone lucht, had sprekers uitgenodigd die vanuit verschillende invalshoeken op het onderwerp ingingen. Daarbij bleek onder andere dat fijnstof soms onverwachte oorzaken kan hebben, zoals het bakken van spekpannekoeken.

De bronnen van fijnstof zijn divers, vertelde Piet Jacobs, onderzoeker bij TNO. Hij werd als eerste spreker aangekondigd door dagvoorzitter Roelof Hemmen, onder andere bekend van RTL Nieuws. Jacobs noemde specifiek de kippen- en veehouderij, en auto’s en vrachtwagens. Ook in en rond het huis zijn er de nodige bronnen. Vooral bij gourmetten en het aanbakken van eten ontstaat fijnstof. Andere boosdoeners zijn kaarsen en cosmetica, en vuurkorven en barbecues. Die laatste twee toestellen staan weliswaar buiten, maar bij gebruik dringt de lucht ervan gemakkelijk binnen in een woning. Metingen in het eigen huis van Jacobs lieten zien dat het bakken van spekpannenkoeken voor een fijnstofpiek zorgde. Om zo min mogelijk last te hebben van fijnstof raadt hij een afzuigkap met een capaciteit van minimaal 300 m³/uur aan.

Veehouderij en snelwegen

Fijnstof bestaat voor het grootste deel uit zogenaamd ‘secondair inorganic aerosol’ materiaal, zo legde Jabocs uit. Ammoniak uit de veehouderij is een belangrijke stof in deze categorie. Het reageert met stikstof tot ammonianitraat. In de provincie Noord-Brabant wordt daardoor relatief veel fijnstof in de lucht gemeten. Door de roetdeeltjes uit verbrandingsmotoren zijn ook snelwegen bekende fijnstofhaarden. In Nederland is de schoonste lucht te vinden langs de kust en in de provincies Groningen en Friesland.

Fijnstofdeeltjes in de bloedbaan

‘Gewoon’ fijnstof wordt aangeduid met PM10, wat betekent dat de deeltjes ervan een diameter hebben die kleiner is dan 10 µm. 1 µm – oftewel 1 micrometer – staat gelijk aan een duizendste millimeter (oftewel 0,000001 meter). 10 µm-deeltjes zijn te klein om bij inademing te worden tegengehouden door neushaartjes en komen daardoor dus in de longen terecht. Ultrafijne fijnstofdeeltjes uit de categorie PM1 hebben een diameter die kleiner is dan 1 µm. Dit is de schadelijkste variant van fijnstof. De deeltjes dringen niet alleen in de longen binnen, maar komen ook in de bloedbaan terecht, en verspreiden zich op deze manier door het lichaam, tot in de organen. Daar kunnen ze ontstekingen veroorzaken. De invloed van fijnstof op de volksgezondheid is volgens Jacobs vergelijkbaar met de invloed van te weinig lichaamsbeweging.
Dave de Jonge van de GGD Amsterdam, de volgende spreker, is gespecialiseerd in het meten van fijnstof. Als geen ander weet hij hoe lastig het is om fijnstof te meten en metingen met elkaar te vergelijken. In de buitenlucht is dat door weersinvloeden extra moeilijk. Metingen in en rond Amsterdam maken duidelijk dat Schiphol een belangrijke bron van fijnstof is. Binnen Amsterdam is de Stadhouderskade de locatie met de slechtste luchtkwaliteit, wat wordt veroorzaakt door vrachtverkeer.

Invloed op gezondheid

Om inzicht te krijgen in de invloed van fijnstof op de gezondheid, was Jaring van der Zee uitgenodigd. Hij is longarts in het OLVG-ziekenhuis in Amsterdam. Van der Zee ging eerst in op de oorsprong van fijnstof. “De helft van alle fijnstof in Nederland heeft een natuurlijke bron, en de andere helft wordt veroorzaakt door mensen. Driekwart van alle fijnstof komt vanuit het buitenland Nederland binnenwaaien”, aldus Van der Zee. Fijnstof bestaat volgens hem uit een mix van stoffen, waaronder verbrandingsproducten, zeezout en organisch materiaal. Voor wat het effect op de gezondheid betreft maakt de longarts een onderscheid tussen continue blootstelling aan lage concentraties, en een acuut effect door hoge concentraties die vooral problemen veroorzaken bij kwetsbare groepen, zoals ouderen, kinderen, en mensen met hart- en longaandoeningen. Chronische effecten bij minder hoge concentraties zijn afname van de longinhoud, toename van astma, COPD en emfyseem, een grotere kans op longkanker, en sterfte van pasgeboren kinderen door infecties. Bij astma zorgen deeltjes voor ontstekingen van het slijmvlies, waardoor er minder lucht in de longen kan komen. Bij emfyseem maken ontstekingen de fijne structuur van longblaasjes kapot.

Bevolkingssterfte

Hoe hoger de PM10-piekwaarden, hoe groter de bevolkingssterfte. Ook bij lage waarden is er een direct verband tussen de concentratie en de bevolkingssterfte. Het effect van kleine deeltjes – PM1 en PM0,1 – op de bevolkingssterfte is het grootst. Er is ook een direct verband tussen het aantal hartinfarcten en de acute blootstelling aan fijnstof. “Je verwacht misschien een effect op de longen, maar het probleem ontstaat in het hart en de vaten. Grote deeltjes worden meestal gemakkelijk door trilharen in het slijmvlies afgevoerd. Te kleine deeltjes migreren naar de bloedvaten, waar ze ontstekingen activeren en voor stolling kunnen zorgen, waardoor bloedvaten worden afgesloten. Door alle negatieve effecten zorgt fijnstof ervoor dat de gemiddelde levensverwachting met ruim een jaar wordt verkort. Dat maakt fijnstof een bedreiging voor de volksgezondheid”, aldus Van der Zee.

Wereldwijde standaard

Een van de manieren om fijnstof tegen te gaan, is het aanpakken van de bronnen, zoals het weren van dieselmotoren uit binnensteden. Een andere manier is om fijnstof af te vangen met filters, wat uiteraard alleen effect heeft op de lucht in gebouwen en huizen. Dat laatste was het onderwerp waar Joost Verlaan, directeur van Afpro filters, zich in zijn presentatie over boog. Om fijnstof goed af te vangen, is het volgens hem belangrijk om de juiste filters te kiezen. Tot voor kort werd die keuze vertroebeld doordat er twee standaarden waren om filters te beoordelen: ASHREA 52.2 (VS) en EN 779:2012 (Europa). Om duidelijkheid te scheppen, besloten filterproducenten tot de invoering van een nieuwe, wereldwijde standaard, ISO 16890. Met deze universele norm kunnen filters beter met elkaar worden vergeleken, en worden de verschillen tussen laboratoriumresultaten en de praktijk verkleind.

Testkanaal voor filters

Afpro beschikt sinds begin dit jaar over een testkanaal in Alkmaar om filters volgens de nieuwe ISO1690-norm te classificeren. Daarnaast verstrekt het bedrijf schema’s waarmee de juiste filters kunnen worden geselecteerd. Hierbij wordt bijvoorbeeld rekening gehouden met de verblijfsduur van mensen in een ruimte. Hoe langer die verblijfsduur, hoe meer er van de filters wordt vereist. Ook moet rekening worden gehouden met de kwaliteit van de buitenlucht. Behalve op het afvangen van deeltjes kunnen filters ook worden ingedeeld op basis van energiegebruik. Dat wordt niet meegenomen via de ISO-norm, maar wel via de energielabels van Eurovent.
Een vraag die tijdens de bijeenkomst werd gesteld vanuit het publiek, is wat er met gebruikte filters gebeurt. Kunnen ze worden ingenomen voor hergebruik? Vooral in het kader van de circulaire economie zou dat een goede zaak zijn. Helaas is het niet mogelijk, zo legde Joost Verlaan uit. “Je kunt deeltjes niet uit het filter wassen. Bovendien zou het filtermedium beschadigen als je dat toch probeert.” Ook zijn de hoge transportkosten voor Afpro een obstakel om gebruikte filters in te nemen. “Maar we denken na over een oplossing”, zo beloofde Verlaan.

Filters in de praktijk

De volgende spreker tijdens het event was Peter Bertrand, van energiebedrijf en technisch dienstverlener Engie. Bertrand is gestationeerd bij een chipfabrikant die tevens klant is van Afpro. Schone lucht is essentieel voor de cleanrooms waarin de chipproductie plaatsvindt. Ten opzichte van de minuscule onderdelen van een chip zijn zelfs de kleinste stofdeeltjes relatief groot, waardoor aanwezig fijnstof gemakkelijk tot productiefouten kan leiden.
Ton van ’t Hek sloot de kennissessie af. Van ’t Hek heeft als sporter, trainer en huisarts te maken gehad met de gevolgen van luchtkwaliteit. Zo heeft hij door zijn praktijk in Aalsmeer – dicht bij luchthaven Schiphol – ervaring opgedaan met aandoeningen die worden gerelateerd aan fijnstof. “Bekend was dat zulke aandoeningen in de Haarlemmermeer vaker voorkomen dan elders in het land, maar het was lastig om een verband te leggen met Schiphol”. Van ‘t Hek sloot af met de conclusie dat fitheid en zuurstofopname niet alleen belangrijk zijn voor sporters; “dat geldt eigenlijk voor iedereen”.

Vakmedianet gebruikt cookies om bepaalde voorkeuren te onthouden en advertenties af te stemmen op je interesses. Meer informatie over het gebruik van cookies.