Koeltechniek, Koudemiddelen, RCC K&L - 2010/07-08
28-07-2010
MiniRef: koudemiddelreductie bij bestaande systemen
Het MiniRef was een Europees programma gericht op de reductie van de koudemiddelinhoud van bestaande systemen, dat werd uitgevoerd in de jaren 2006- 2008. Doel was het reduceren van de koudemiddelinhoud zonder concessies te doen aan koelprestaties.
Dit artikel beschrijft de resultaten verkregen met een tweetal testsystemen: een systeem dat gebruik maakt van het koudemiddel R507en een dat gebruik maakt van het koudemiddel R717.
De R507 referentie-installatie is een state-of-the-art-systeem met een koelvermogen van 50 kW. In verband met de hoge kosten voor het maken van prototype microchannelwarmtewisselaars is dat tijdens de uitvoering teruggebracht tot 12,5 kW. Gevolg van deze wijziging is dat de compressor en de leidingen overgedimensioneerd waren.
Koudemiddelinhoud en verdeling
Om een beeld te krijgen van de mogelijke besparingen is geprobeerd de koudemiddel inhoud van het systeem zo goed mogelijk in kaart te brengen. Daarvoor werden vaten voorzien van vloeistofniveau-opnemers. In volumes met een enkele fase (gas of vloeistof) is vervolgens de koudemiddelinhoud berekend op basis van het interne volume en de dichtheid bij de gemeten druk en temperatuur. In de condensor en verdamper, waar het koudemiddel zowel in gas als in vloeistof fase voorkomt, zijn krachtopnemers (zie figuur 1) geplaatst, zodat continu het gewicht kon worden gemeten. In de praktijk wordt de nauwkeurigheid van deze manier van meten beperkt door onder andere het relatief geringe gewicht van het koudemiddel ten opzichte van de warmtewisselaar (vooral bij DX) en de opwaartse kracht van de ventilatoren. De meetnauwkeurigheid was daarom beperkt. Als er nauwkeurigere metingen nodig waren, dan werden de condensor en verdamper geïsoleerd van de rest van het systeem en het koudemiddel afgetapt en gewogen.
[…]
Om een beeld te krijgen van de mogelijke besparingen is geprobeerd de koudemiddel inhoud van het systeem zo goed mogelijk in kaart te brengen. Daarvoor werden vaten voorzien van vloeistofniveau-opnemers. In volumes met een enkele fase (gas of vloeistof) is vervolgens de koudemiddelinhoud berekend op basis van het interne volume en de dichtheid bij de gemeten druk en temperatuur. In de condensor en verdamper, waar het koudemiddel zowel in gas als in vloeistof fase voorkomt, zijn krachtopnemers (zie figuur 1) geplaatst, zodat continu het gewicht kon worden gemeten. In de praktijk wordt de nauwkeurigheid van deze manier van meten beperkt door onder andere het relatief geringe gewicht van het koudemiddel ten opzichte van de warmtewisselaar (vooral bij DX) en de opwaartse kracht van de ventilatoren. De meetnauwkeurigheid was daarom beperkt. Als er nauwkeurigere metingen nodig waren, dan werden de condensor en verdamper geïsoleerd van de rest van het systeem en het koudemiddel afgetapt en gewogen.
[…]
Door Ir. R.T.M. (Rob) ter Steeg MTD
Projectleider / onderzoeker Afdeling Koude, Warmte en Installaties, TNO Bouw en Ondergrond Apeldoorn
Projectleider / onderzoeker Afdeling Koude, Warmte en Installaties, TNO Bouw en Ondergrond Apeldoorn
¶ Dit artikel is gepubliceerd in ‘RCC / Koude & Luchtbehandeling’ 103e jg nr. 7/8, juli/augustus 2010, pag. 16-20
Keywords: MiniRef, koudemiddelreductie, koelprestaties, vloeistofniveau-opnemers, warmtewisselaar

