Hybride of all-electric, welk systeem bespaart het meest?

Mensen willen hun huis graag verduurzamen. Bijvoorbeeld om de impact op het milieu te verkleinen, voor de toekomst, of om de energierekening omlaag te brengen. Niet iedereen heeft de financiu00eble middelen om de overstap te maken naar compleet gasloos. Welke opties zijn er dan?
Delen:

Er zijn vele mogelijkheden en dat maakt het er niet eenvoudiger op. Dennis van der Blom, productspecialist bij Stulz, vergelijkt in dit artikel hybride systemen met all-electric systemen. “Wanneer kun je beter een hybride systeem aanschaffen en wanneer kun je beter doorsparen voor een all-electric oplossing?”

Wonen in Nederland
“De gemiddelde eengezinswoning in Nederland had in 2012 een oppervlakte van zo’n 120 m² en is gebouwd tussen 1965 en 2005”, aldus Van der Blom. “En er wonen gemiddeld twee tot drie mensen. Zo’n woning heeft een warmtebehoefte van ongeveer 10 kW – inclusief douchen – en een hogetemperatuur-afgiftesysteem waarbij de CV-combiketel met een rendement van ongeveer 90% in een kleine ruimte is weggewerkt.”

Hij vervolgt: “Natuurlijk is het zo dat de oorzaak van een probleem – in dit geval dat de woning warmte verliest in de winter – eerst aangepakt dient te worden door bijvoorbeeld extra te isoleren. Daarna ga je het symptoom bestrijden door de ruimte die afkoelt op te warmen. Met goede isolatie kun je de warmtebehoefte met zo’n 4,8 kW laten dalen. Dat is een aanzienlijke hoeveelheid.”

Lees ook: Evolutie van VRF-systemen: dit zijn de nieuwste technische ontwikkelingen

All-electric warmtepompen
Stel, je wilt een all-electric warmtepompsysteem met een 200 liter grote ingebouwde boiler en kunt verder geen geld in de isolatie van de woning, of het afgiftesysteem steken. “Dan moet je in ieder geval één winter lang de CV-temperatuur op 55 °C zetten, om zeker te weten dat de radiatoren het huis ook met die temperatuur warm kunnen houden”, legt Van der Blom uit. “Wanneer dat lukt, is je woning geschikt.”

Dit wordt een bivalente oplossing genoemd, waarbij je het tekort aan benodigde warmte-energie (iedere warmtepomp heeft het bij koud weer moeilijker om de benodigde capaciteit te leveren) van de warmtepomp met een elektrisch element bijverwarmt. Het punt waarbij de warmtepomp het niet meer in zijn eentje redt, wordt ook wel het bivalente punt genoemd.

Verwarmen tot 55 °C
Van der Blom adviseert om per situatie te bekijken welke warmtepomp het beste past. “Voor bovenstaand voorbeeld ga ik uit van de HMA 100-S van Mitsubishi Heavy Industries. Dit heeft te maken met het feit dat de warmtepomp water tot een temperatuur  van 55 °C moet kunnen verwarmen. Het bivalente punt van dit systeem is -6 °C. De rest van de energie moet worden opgewekt door het ingebouwde elektrische element.”

“Op basis van deze gegevens kunnen we berekenen wat de besparing is per jaar. Dan blijkt dat je met bovenstaand voorbeeld slechts 113 euro per jaar bespaart. Daar doe je het vanzelfsprekend niet voor, want zo haal je de aanschaf van je warmtepomp er niet uit.”
Een all-electric warmtepomp is in dit voorbeeld dus niet rendabel. Is een hybride systeem dat wel?

Verder lezen? Klik dan hier.

Dit artikel is gesponsord door Stulz

Dit vind je misschien ook interessant